Dinsdag 30 december 2025

 

Ik had de wekker op acht uur gezet voor deze ochtend.  Gisteren twijfelde ik nog of ik vandaag naar La Turbie zou gaan maar vanochtend stond het vast : ik ga nog eens het kustpad (littoral) van Saint-Jean-Cap-Ferrat afwandelen.  Dit heb ik in het verleden reeds vele malen gedaan maar het blijft één van mijn favoriete wandelingen hier in de buurt.

De tocht van gisteren heeft dus wel degelijk zijn sporen achtergelaten.  M’n voeten waren vanochtend pijnlijk en stijf.  Maar een hele dag “thuis” blijven is geen optie – de vakantie is bijna voorbij dus de tijd die me nog rest wil ik ten volle benutten.

Er stond vanochtend iemand te werken aan het ontbijt die ik nog niet gezien heb in het hotel.  Het ontbijtbuffet was dan ook helemaal anders ingericht dan de vorige dagen en de tafels waren nog niet afgeruimd.  Ofwel had de dame daarvoor nog geen tijd gehad, ofwel waren er vandaag heel veel ontbijters op hetzelfde moment geweest.  Maar kom, ik heb mijn buik weer goed vol gegeten dus wat geeft het dat een aantal tafels nog vol bestek, borden en tassen stonden ?

Ik nam de bus om 9u43.  ’t Was buiten weer zonnig maar koud (drie graden).  Om 10u20 arriveerde ik aan Grand Arénas en daar moest ik niet meer lang wachten op de tram richting Port Lympia (die hier aan de derde halte al behoorlijk vol zat).  Afgestapt aan de halte Garibaldi, van daar moest ik nog een minuutje of vijf stappen tot aan de eindhalte van bus 15.  Deze bus moet je nemen om tot aan Saint-Jean-Cap-Ferrat te geraken.  En aan iedereen die van plan is om in de toekomst deze bus te nemen : zeker in de zomervakantie maar best ook op andere momenten : probeer aan de terminus op te stappen.  Het is altijd heel druk op deze lijn.  Ook nu weer waren de zitplaatsen al snel volzet en moesten de mensen die onderweg opstapten rechtstaan.  In de zomer is dat dan als een sardientje in een blik, allesbehalve gezellig.

Ik heb de bus van 10u55 nog zien doorrijden, de volgende vertrok om 11u11.  Omdat ik mijn wandeling helemaal bij het begin wilde aanvangen stapte ik al af in Beaulieu-sur-Mer, aan de halte Baie des Fourmis.  Mooi stukje strand, daar, waar in de zomer veel zee-en-zonaanbidders zitten.  Er is in de zomer ook animatie voorzien.  Nu natuurlijk niet.  De stranden zijn zo goed als verlaten en worden ook niet onderhouden zoals dat in de zomer wel gebeurt.  Wat niet wil zeggen dat het doods is in Saint-Jean-Cap-Ferrat.  Allerminst ! Voor het kustplaatsje zelf zullen ze niet echt komen want het is niet zo enorm gezellig.  Er bevindt zich een haven die de toeristen interesseert, Villa Ephrussi de Rothschild (schijnt hele mooie tuinen te hebben), in de zomer zijn de stranden zeker een trekpleister want deze zijn redelijk “zanderig”, in tegenstelling tot het kilometers lange keitjesstrand van Nice.  Maar er is ook het kustpad, en dit trekt zomer en winter veel wandelaars.  Saint-Jean-Cap-Ferrat ligt namelijk op een schiereiland (presque-[île) en het schiereiland heeft zelf ook nog een mini-schiereiland.  Je kan daar als je wil helemaal rondwandelen.

Ik doe de wandeling altijd van makkelijk naar moeilijk.  Het makkelijkste stuk begint bij Beaulieu-sur-Mer en is een brede, geasfalteerde weg (Promenade Maurice Rouvier) waar het heel makkelijk wandelen is.  Je passeert een paar mooie stukken kust en mooie huizen, onder andere de villa “La Fleur du Cap” op de Place David Niven.  Deze naam zal bij de iets ouderen wel een belletje doen rinkelen, David Niven was vroeger een bekend acteur.  Hij heeft een tijdje in deze prachtige villa gewoond.

Na een tochtje van ongeveer een half uur bereik je dan het haventje van het kustplaatsje.  Indien je naar het toilet moet dan ben je hier op de juiste plaats.  Ook de eindhalte van bus 15 bevindt zich hier.  Wil je deel twee van de wandeling vinden dan moet je voorbij de haven stappen.  Een eindje verderop (bergopwaarts) bevindt zich het begin én het einde van de wandeling rond het kleine schiereiland.

Je moet afdalen naar Plage Paloma en aan het eind daarvan vind je het wandelpad terug (vlak naast het water).  Dit tweede deel van het pad is al heel wat smaller en iets minder goed begaanbaar dan de Promenade Maurice Rouvier – maar het zal nog lukken met je dagelijkse schoenen.  Weet wel dat je een heel stuk in de blakke zon zal stappen dus vergeet je pet niet op te zetten.  Aan de ene kant heb je huizen en groen, aan de andere kant vergezelt de zee je een lange tijd.

Na een klein uurtje bevind je je weer ongeveer daar waar je deel twee van het pad begonnen bent.  Volg nu de kustlijn zo goed als je kan (er staan huizen tussen dus je zal de zee even niet meer kunnen zien) tot je een roze hoekhuis tegenkomt en je niet meer weet of je nu op de juiste weg bent.  Sla hier linksaf en wandel ten einde de straat.  Daar denk je niet meer verder te kunnen maar dit is maar schijn.  Er is een grote poort en een verbod voor motorfietsen om langs de zijkant van die poort te rijden maar voetgangers mogen er wel voorbij.  En daar begint dan deel drie van het kustpad.   Je wandelt een rij huizen voorbij en vervolgens beland je op een stuk kust waar zich vroeger een steengroeve bevond.  Je kan nog goed zien dat die steile helling er niet op een natuurlijke wijze gekomen is.  Aan het begin en aan het einde van die oude steengroeve staan nog oude, vervallen gebouwen.  Voorbij dat laatste gebouw begint weer een breed, plat, geasfalteerd pad waarop het makkelijk stappen is – maar vergis je niet : voor dit laatste stuk, waar je ongeveer twee uur over stapt, heb je wel degelijk goed schoeisel nodig.  Niet in het begin, maar wanneer het pad een bocht maakt en je zowat onder de vuurtoren stapt zie je de eerste trappen verschijnen.  Vanaf hier wordt het pad minder goed begaanbaar, gaat het gans de tijd op en neer en vooral : wordt het uitzicht mooier.  De foto’s die ik onder het verslag plaats zeggen wel iets, maar je moet het in het echt zien om de schoonheid te kunnen appreciëren.

Zowat halverwege deel drie kan je, als je wil, je tocht afbreken en het “binnenland” in trekken maar ik raad het af want dan mis je de mooiste stukken van het pad.  Verloren lopen zal je zeker niet doen : het pad is goed te volgen en je bent er niet alleen.  Ook nu weer waren er heel wat medewandelaars, ik heb vooral veel Italiaans en Duits gehoord, en één iemand die Vlaams sprak (vermoedelijk ‘n Antwerpenaar, aan zijn accent te horen).  O ja, en Frans hoorde ik ook, natuurlijk.

Bij Plage Passable kan je eventueel nog verder stappen want het wandelpad loopt heel wat verder maar ik ben daar teruggekeerd naar de haven.  Ik wilde nog boodschappen doen in de plaatselijke supermarkt maar die was gesloten van 12u tot 15u30 – en het was op dan moment nog geen 15u.  Dan maar naar de bushalte, met een kleine omweg langs het toilet.  De bus stond al klaar, een minuutje nadat ik opgestapt was vertrokken we.  Ook nu weer : stap liefst op aan de eindhalte want onderweg willen veel mensen op deze bus stappen.

Aan halte Carnot stapte ik af en trok ik naar de Intermarché want ik had intussen honger gekregen.  Daarna ging ik naar Port Lympia, de eindhalte van de trams van lijn 2 en lijn 3 – die beiden langs Grand Arénas rijden.  Ik heb trouwens een goede daad gedaan : ik zag een briefje van 50 euro uit een dame haar jas vallen.  ‘k Heb het opgeraapt en aan haar teruggegeven.  Het was heel makkelijk geweest om te doen of m’n neus bloedde maar 50 euro is veel geld.  Waarom mevrouw dat gewoon in haar zak had gestoken is mij een raadsel maar soit, ze heeft haar geld terug.

De tram vertrok om 15u50, om 16u20 kon ik aan Grand Arénas uitstappen.  ‘k Heb nog eerst mijn kaart (La Carte, oplaadkaart voor het openbaar vervoer van Lignes d’Azur) met tien ritten opgeladen (17 euro) en dan wandelde ik naar de bushalte.  Om 16u34 vertrok m’n bus, een half uurtje later arriveerde ik aan het hotel.

(onder de foto's staan nog twee YouTube-video's)