Vrijdag 26 december 2025
Om half acht liep de wekker af, maar veel zin om op te staan had ik niet. Ook gisterenavond kon ik de slaap moeilijk vatten. ‘k Was dus veel liever in bed blijven liggen, maar kom : het beloofde weer een schitterende (zonnige en voor de tijd van het jaar in vergelijking met Antwerpen warme) dag te worden.
Kort na acht uur vertrok ik naar de eetzaal waar ik dit keer niet de eerste noch de enige was om te ontbijten. Ik vermoed dat ik, moest ik me erin willen verdiepen, wel zo’n beetje aan de hand van de hoeveelheid stokbrood dat voorzien is aan het ontbijt kan raden hoeveel gasten het hotel heeft. De eerste ochtend was er maar één stokbrood. Nu lagen er een stuk of vijf.
Volgens de thermometer aan de apotheek bij de bushalte was het vanochtend om kwart na 9 slechts zeven graden, maar het was nog vroeg dus ’t gaat straks zeker warmer worden.
De bus van 9u17 rijdt tot aan shoppingcenter Cap 3000 en dit keer stapte ik daar af, niet aan square Bénes. Aan Cap 3000 stapte ik over op de bus van lijn 20 die me naar Grand Arénas bracht. Daar had ik geluk want de tram die ik nodig had was er meteen.
Afgestapt aan metrostation Garibaldi, daar kocht ik in een kleine supermarkt wat te eten en te drinken om vervolgens op tram 1 te stappen (dit keer in de juiste richting). Omdat alles zo vlot verlopen was stond ik drie kwartier te vroeg aan Comte de Falicon. Ik wandelde ik dan maar een beetje rond in de buurt, op zoek naar een winkel waar ze misschien een pet verkopen. Ja, ik weet het, in de winter maak ik meer kans om een warme muts in de winkel te vinden, maar ik kan het proberen hé. Helaas, geen pet gevonden.
Om 11u30 was het minibusje van lijn 76 er. Dit busje was ’n beetje in staat van verval. De knoppen om een halte aan te vragen deden het niet, het trapje in de bus was precies opgegeten, het busje kraakte vervaarlijk wanneer er gestart werd na achteruit gereden te hebben, … Zo lang de motor het maar niet opgeeft, zeker ?
De rit naar Saint-Blaise is al een evenement op zich. Niet in het begin, maar al snel kom je in de heuvels achter Nice terecht en dan kan je genieten van prachtige vergezichten. Beneden kan je de rivier Var zien stromen en achter je schittert de zee. In de verte vóór je blinken witte bergtoppen in de zon. Mooi !
Het ritje naar Saint-Blaise, gelegen op een hoogte van 350 meter, duurde iets meer dan een half uur. Onderweg passeerden we de dorpen Aspremont (waar ik al eens geweest ben) en Castagniers (waar je van op het dorpsplein echt een gewéldig uitzicht hebt). In Saint-Blaise moest iedereen (welgeteld twee reizigers) uitstappen. Terminus !
In het dorpje zelf is helaas niet veel te zien. Het kerkje met daarvoor het pleintje is zowat de enige bezienswaardigheid. Een eind verderop, als je verder zou rijden naar het dorp Levens, moet je over een mooie, hoge brug. En in de heuvels boven het dorp liggen de ruïnes van het oude, middeleeuwse kasteel en het toenmalige dorp.
Er is een uitgestippelde wandeling naar dat kasteel en terug, maar die neemt anderhalf uur in beslag. De start van die wandeling heb ik toevallig gevonden toen ik op zoek was naar een plekje om te plassen – want een openbaar toilet is in het dorp niet te vinden. Eerst wandelde ik over de brug in de hoop daar ergens een geschikt plekje te vinden om me neer te zetten maar uiteindelijk vond ik dus het pad om naar de restanten van het kasteel te stappen. Om verschillende redenen heb ik de wandeling zelf niet geprobeerd : te weinig tijd, ik had niet de juiste schoenen aan en het pad was glibberig vanwege de vele natte bladeren die op de grond lagen. Ik heb er dus nog wat nattigheid aan toegevoegd …
Om kwart voor twee zat ik terug op (dezelfde) bus naar Nice. De rit duurde dit keer een beetje langer. Onderweg probeerde ik vanuit de rijdende bus wat foto’s te nemen van de mooie vergezichten. O ja : volgens een thermometer ergens in Nice was het daar op dat moment 19 graden warm !
Ook de weg terug naar Grand Arénas verliep vlot. Op de bus van lijn 54 moest ik een kleine twintig minuten wachten en om vier uur was ik aan mijn halte. Eerst stapte ik de apotheek binnen voor wat zalf voor m’n pijnlijke voeten, daarna deed ik boodschappen. Om half vijf was ik “thuis”.
Morgen ? Ik denk dat ik dan een keertje de trein neem om een kustwandeling te maken. Die had ik eigenlijk voor zondag gepland, maar ik denk dat ik op zondag naar de wasserette ga.